Een bv kan worden omgezet in een eenmanszaak of samenwerkingsverband, zoals een vof of maatschap. Dit kan op twee manieren: ruisend, waarbij wordt afgerekend over de fiscale claims, of geruisloos, waarbij onder voorwaarden belastingheffing wordt uitgesteld.
Geruisloze terugkeer wordt in de praktijk met name aantrekkelijk bevonden bij omzettingen die leiden tot fiscale heffingen omdat het fiscale gevolgen minimaliseert.
Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën een bijzondere beslissing genomen in een zaak waarbij een te late aanvraag alsnog werd goedgekeurd dankzij de hardheidsclausule. Dit besluit is van groot belang voor ondernemers en fiscale adviseurs.
Ruisende of geruisloze terugkeer?
Bij een ruisende terugkeer moet een bv afrekenen over de aanwezige goodwill, stille reserves en fiscale reserves op het moment van liquidatie. Daarnaast wordt over de liquidatie-uitkering aan een aandeelhouder (natuurlijke persoon) inkomstenbelasting in box 2 geheven. Dit leidt vaak tot aanzienlijke fiscale lasten voor de aandeelhouder.
Geruisloze terugkeer biedt daarentegen de mogelijkheid om de boekwaarden van de activa en passiva van de bv door te schuiven naar de nieuwe rechtsvorm, zoals een eenmanszaak.
Hierdoor blijft belastingheffing uit over de opgebouwde reserves. De belastingclaim verschuift naar de toekomst, waarbij de nieuwe ondernemer deze pas hoeft te voldoen als de activa of vermogensbestanddelen daadwerkelijk worden gerealiseerd.
De casus: te late aanvraag en toepassing van de hardheidsclausule
Op 9 januari 2025 publiceerde het Ministerie van Financiën een mededeling waarin kort en goed een te laat ingediend verzoek om geruisloze terugkeer werd goedgekeurd onder toepassing van de hardheidsclausule (artikel 63 Algemene wet inzake rijksbelastingen).
In dit geval wilde aandeelhouder X de onderneming van Y B.V. voortzetten als eenmanszaak, maar werd het verzoek tot toepassing van artikel 14c van de Wet Vpb 1969 pas ingediend na de ontbinding van Y B.V. Volgens de wet moet een dergelijk verzoek juist vóór de ontbinding worden gedaan.
Goedkeuring onder voorwaarden
De staatssecretaris stemde in met het te late verzoek, mits werd voldaan aan de volgende voorwaarden:
- Alle andere eisen van artikel 14c Wet Vpb 1969 en het beleidsbesluit van 2 oktober 2018 (Stcrt. 2018, 62988) worden nageleefd, met uitzondering van de indieningstermijn.
- De ontbinding heeft geen onherroepelijke fiscale gevolgen gehad voor de betrokken partijen.
Deze goedkeuring toont de bereidheid van de Belastingdienst om in uitzonderlijke situaties mee te denken, mits het verzoek aansluit bij de achterliggende bedoeling van de wetgeving.
Opvallend is ook dat de staatssecretaris verwees naar vergelijkbare situaties bij juridische fusies en splitsingen. Ook daar geldt in beginsel een strikte termijn voor het indienen van een verzoek, maar wordt onder voorwaarden goedkeuring verleend bij te late aanvragen. Dit beleid wordt nu ook de lijn bij de regeling voor geruisloze terugkeer, zodat er consistentie ontstaat in de toepassing van de verschillende fiscale regelingen.
Belang voor de praktijk
Deze mededeling van de staatssecretaris van Financiën benadrukt het belang van fiscale planning, maar biedt tegelijkertijd hoop voor ondernemers die in bepaalde situaties tegen formele belemmeringen, zoals een indieningstermijn, aanlopen. De toepassing van de hardheidsclausule kan uitkomst bieden als aan andere voorwaarden wordt voldaan. Ondernemers die overwegen om een bv om te zetten naar een eenmanszaak of personenvennootschap, moeten zich wel realiseren dat een tijdige aanvraag doorgaans cruciaal blijft.
Conclusie
Deze recente goedkeuring van een te laat ingediend verzoek om geruisloze terugkeer laat zien dat de Belastingdienst ruimte biedt voor maatwerk. Dit benadrukt de noodzaak om niet alleen naar de letter, maar ook naar de geest van fiscale regelgeving te kijken. Ondernemers en adviseurs doen er goed aan om deze mogelijkheid in vergelijkbare situaties te onderzoeken en tijdig fiscaal advies in te winnen.
Bron: Mededeling van 9 januari 2025, nr. 2024-565953, Directoraat-generaal Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek.
NB: Tevens gepubliceerd in de Belastingmagazine