In een recente uitspraak heeft de Rechtbank Den Haag (civiele kort gedingrechter) geoordeeld dat een belastingplichtige volledige en onvoorwaardelijke informatie moet verstrekken over het verloop en de omvang van zijn cryptovermogen. De belastingplichtige had over een lange periode onvolledige en inconsistente informatie verstrekt aan de Belastingdienst, waardoor controle van zijn belastingaangiften niet mogelijk was. De rechtbank heeft bepaald dat de belastingplichtige alsnog moet voldoen aan de informatieverplichting, op straffe van een dwangsom.
Kort en goed geldt bij de toepassing van artikel 47 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) dat belastingplichtigen verplicht zijn om op verzoek van de inspecteur alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die van belang kunnen zijn voor hun belastingheffing. Daarnaast moeten belastingplichtigen boeken, bescheiden en andere gegevensdragers beschikbaar stellen als deze relevant zijn voor de belastingheffing. Deze verplichtingen gelden ook voor derden, indien hun aangelegenheden worden aangemerkt als die van de belastingplichtige zelf. In deze zaak stelde de Belastingdienst dat de belastingplichtige niet voldeed aan deze informatieplicht, ondanks herhaalde verzoeken en verstrekkingen van termijnen.
Naast artikel 47 AWR speelt artikel 49 AWR een belangrijke rol bij de informatieverplichtingen. Artikel 49 AWR bepaalt dat aan de actieve informatieverplichting duidelijk, stellig en zonder voorbehoud dient te worden voldaan. Dit betekent dat belastingplichtigen niet slechts summiere of deels correcte informatie mogen verstrekken, maar volledig transparant moeten zijn over hun financiële situatie. Bovendien regelt artikel 49 AWR de wijze waarop de inlichtingen aan de inspecteur moeten worden verstrekt en bepaalt het dat belastingplichtigen moeten toelaten dat afschriften of uittreksels van relevante documenten worden gemaakt.
Een uitspraak van 3 januari 2025 laat zien hoe een civiele kortgedingrechter deze verplichtingen in de praktijk uitlegt.
De casus
In de casus die bij de rechtbank Den Haag aan de orde was had de Belastingdienst al sinds 2021 contact met de belastingplichtige over buitenlandse bankrekeningen en cryptotransacties. De Belastingdienst bleef geconfronteerd worden met onvolledige of tegenstrijdige informatie. Uiteindelijk spande de Belastingdienst een kort geding aan om de belastingplichtige te dwingen tot volledige medewerking.
De kern van het geschil
De Belastingdienst vorderde dat de belastingplichtige verplicht werd om:
- Schriftelijk en gemotiveerd antwoord te geven op openstaande vragen;
- Bewijsstukken te overleggen ter onderbouwing van zijn antwoorden;
- Een mondelinge toelichting te geven over zijn cryptotransacties;
- Aanvullende informatie te verstrekken over cryptorekeningen en transacties uit het verleden.
De belastingplichtige voerde aan dat hij inmiddels voldoende informatie had verstrekt en dat de gevraagde details onredelijk waren. Hij betwistte tevens dat hij verplicht zou zijn om ontbrekende gegevens aan te vullen, mede vanwege technische en praktische beperkingen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank wees de vorderingen van de Belastingdienst grotendeels toe en oordeelde dat de belastingplichtige onvoldoende had voldaan aan zijn wettelijke informatieplicht. Daarbij werd vastgesteld dat:
- De belastingplichtige tegenstrijdige verklaringen had afgelegd over de omvang van zijn cryptovermogen;
- Niet alle wallets en handelsplatformen waren opgegeven in eerdere verklaringen;
- De opgegeven waarde van het cryptovermogen in belastingaangiften niet aansloot op de later verstrekte informatie.
De voorzieningenrechter achtte de informatieverzoeken van de Belastingdienst redelijk en stelde dat de belastingplichtige gehouden is om mee te werken aan de vaststelling van de juiste belastingschuld.
Als de belastingplichtige niet binnen de gestelde termijn voldoet aan de informatieverplichtingen, verbeurt hij een dwangsom van €2.500 per dag met een maximum van €1.000.000.
Rechter bevestigt ruime informatieplicht voor cryptovermogen!
Commentaar
Deze uitspraak bevestigt opnieuw de ruime bevoegdheden van de Belastingdienst bij de handhaving van de informatieplicht. Belastingplichtigen die handelen in cryptovaluta dienen zich bewust te zijn van hun verplichting om volledige en verifieerbare gegevens aan te leveren. Dit omvat niet alleen opgave in de belastingaangifte, maar ook transparantie over transacties en de herkomst van cryptovermogen. Belastingplichtigen die in een vergelijkbare situatie verkeren, doen er goed aan om zich goed te laten informeren en adviseren over hun informatieverplichtingen.
Bron: Rechtbank Den Haag, 03-01-2025, nr. C/09/675315 / KG ZA 24-1033, ECLI:NL:RBDHA:2025:22
NB: Tevens (in aangepaste vorm) gepubliceerd in het Fiscaal Advies Magazine