Skip to main content
RedactioneelVennootschapsbelasting

Dubbel gefuseerd maar toch fout!

By 23 april 2025juni 27th, 2026No Comments

Een waarschuwing bij geruisloze omzetting gevolgd door meervoudige bedrijfsfusies

De omzetting van een IB-onderneming in een besloten vennootschap via de geruisloze inbrengfaciliteit van artikel 3.65 Wet IB 2001 is inmiddels een bekende route voor veel ondernemers. Het creëren van een holdingstructuur met werkmaatschappij is vaak het logische vervolg. Wat echter minder bekend is, is dat het in deze fase regelmatig misgaat – met dure fiscale gevolgen. De Belastingdienst heeft recent via het Forum Fiscaal Dienstverleners een expliciete waarschuwing afgegeven over zogenoemde dubbele “doorzakkingen” na omzetting.

Eerst omzetting, dan doorzakkingen

Een geruisloze inbreng in een holdingstructuur is onder voorwaarden toegestaan. Daarbij geldt een goedkeuring (Besluit geruisloze omzetting, onderdeel 4.2.2) voor de situatie waarin de onderneming direct na omzetting wordt ‘doorgezet’ naar een werkmaatschappij via een bedrijfsfusie (artikel 14 Wet Vpb 1969) of binnen een fiscale eenheid (artikel 15 Wet Vpb 1969). Hierbij wordt – kort gezegd – voorkomen dat de omzetting alsnog als een staking wordt gezien, hetgeen zou leiden tot directe belastingheffing over goodwill en stille reserves.

De Belastingdienst ziet echter dat het in de praktijk niet bij één doorzakkingsstap blijft.

Ondernemers willen na de eerste omzetting naar een holding met werkmaatschappij, soms nog een extra tussenholding toevoegen. Daarmee ontstaat een structuur van holding – tussenholding – werkmaatschappij.

Dubbele bedrijfsfusie: niet zonder meer toegestaan

Die tweede stap – het doorzakken van de onderneming van de holding naar een tussenholding en vervolgens naar een werkmaatschappij – kan problematisch zijn. Volgens het Besluit bedrijfsfusie van 12 augustus 2022 (nr. 2022-188681, Stcrt. 2022, 22281) kan een tweede bedrijfsfusie niet worden gefaciliteerd indien vermogensbestanddelen met stille reserves achterblijven in de tussenholding, tenzij deze als zelfstandige onderneming of zelfstandig onderdeel daarvan kwalificeren. Dat is vaak niet het geval. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als het gaat om onroerend goed. En juist dan ziet de Belastingdienst het in de praktijk vaak misgaan.

Vergeten fiscale eenheid: dure vergissing

De oplossing zou in bepaalde gevallen kunnen liggen in het tijdig aanvragen van een fiscale eenheid. Maar ook dat gaat regelmatig mis. De vereiste aanvraag dient namelijk binnen drie maanden na oprichting van de tussenholding en werkmaatschappij te worden ingediend, met als ingangsdatum de oprichtingsdatum. Wordt dit vergeten – wat in de praktijk helaas voorkomt – dan vervalt de geruisloze inbrengfaciliteit van artikel 3.65 Wet IB. De inbreng wordt dan als ruisend aangemerkt, met als gevolg dat er moet worden afgerekend over de volledige meerwaarde van de onderneming.

Een gewaarschuwd adviseur telt voor twee

De waarschuwing van de Belastingdienst is helder: dubbel gefuseerd betekent niet automatisch fiscaal correct. Wie een structuur opzet met meerdere vennootschappen, moet telkens toetsen of de gekozen route aansluit bij de voorwaarden van de fiscale faciliteiten.

Ook moet men alert zijn op tijdige en correcte aanvraag van de fiscale eenheid indien wordt gekozen voor de route via de fiscale eenheid.

Kortom, laat de wens tot een ‘nette structuur’ niet verzanden in fiscale slordigheid. De belastinglat ligt bij dubbele doorzakkingen in de praktijk hoger dan velen denken. De adviseur die het belang van tijdige keuzes en documentatie onderstreept, voorkomt dure verrassingen.

Bron: Bericht op Forum Fiscaal Dienstverleners van 14 maart 2025 (7:20) “Geruisloze inbreng met (dubbele) bedrijfsfusie”

NB: Tevens (in aangepaste vorm) gepubliceerd in de Belastingmagazine

Leave a Reply