Skip to main content
Geen categorie

Buitenlandse tegemoetkoming? Aftrek liquidatieverlies toch mogelijk!

By 1 juni 2025juni 27th, 2026No Comments

Verzekeraar Aegon behaalde recent een overwinning bij de Hoge Raad. In geschil stond de vraag of het concern een liquidatieverlies van ruim € 200 miljoen op Ierse dochters ten laste van de Nederlandse winst mocht brengen. De Hoge Raad bevestigde eerdere uitspraken, waarmee de fiscale aftrek van het verlies overeind bleef. De uitspraak biedt duidelijkheid over de reikwijdte van artikel 13d Wet Vpb 1969 en de verhouding tot buitenlandse verliesverrekening.

Verlies bij liquidatie en de Ierse ‘group relief’

Aegon hield aandelen in de Ierse vennootschap A Plc, die in 2013 werd geliquideerd. Deze vennootschap had tijdens haar bestaan verliezen overgedragen aan andere groepsmaatschappijen onder de Ierse group relief-regeling. Bij liquidatie resteerde er nog een niet-verrekenbaar verlies van ruim € 109 miljoen, dat volgens de Ierse fiscus definitief niet meer benut kon worden.

Aegon nam in haar vpb-aangifte 2013 een liquidatieverlies op van in totaal € 202.687.308. De inspecteur weigerde deze aftrek, met als argument dat het bestaan en gebruik van de group relief-regeling in Ierland betekende dat Aegon al een ‘tegemoetkoming’ had genoten voor die verliezen, waardoor niet voldaan zou zijn aan de voorwaarde van artikel 13d, lid 9 (nu lid 14), Wet Vpb 1969.

In de parlementaire toelichting op deze bepaling wordt benadrukt dat de regeling primair is gericht op het verlies van de moedervennootschap op haar investering (het zogenoemde opgeofferde bedrag), en niet op een fiscale integrale doorrekening van de verliezen van de dochter. De wettelijke systematiek sluit dus niet aan bij het saldo van de buitenlandse verliesverrekening.

A-G streng, maar Hoge Raad genuanceerd

Advocaat-generaal Wattel stelde in zijn conclusie dat het bestaan van een buitenlandse verliesregeling – ongeacht het moment van toepassing – de aftrekbaarheid van een liquidatieverlies uitsluit. De wet zou volgens hem binair moeten worden uitgelegd: group relief betekent per definitie ‘een tegemoetkoming’.

De Hoge Raad ziet dat anders. In lijn met eerdere jurisprudentie stelt de Hoge Raad dat het moment van toetsing doorslaggevend is. De voorwaarde dat geen recht mag bestaan op “enigerlei tegemoetkoming bij de belastingheffing ter zake van verliezen” moet worden beoordeeld op het tijdstip van voltooiing van de vereffening. Omdat op dat moment de verliezen definitief niet meer benut konden worden, is de aftrek wél toegestaan.

Dubbele verliesneming toegestaan

De Hoge Raad erkent dat deze benadering tot dubbele verliesneming kan leiden, maar acht dit niet in strijd met de wet. De liquidatieverliesregeling sluit immers aan bij het opgeofferde bedrag van de moeder, niet bij het exacte fiscale resultaat van de dochter. Het forfaitaire karakter van deze regeling is bewust zo ingericht en dat kan meebrengen dat een verlies deels dubbel in aftrek komt.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak laat zien dat het fiscale toetsmoment bij liquidatie doorslaggevend is en dat eerder gebruik van verliesverrekening via een buitenlandse regeling op zich geen aftrek uitsluit. Daarmee biedt het arrest duidelijkheid voor internationaal opererende ondernemingen en hun adviseurs.

De Hoge Raad geeft ook aan dat anti-misbruikregels niet ruimer mogen worden toegepast dan waarvoor ze bedoeld zijn. Bij artikel 13d Wet Vpb 1969 draait het om een praktische regeling die een beperkte correctie vormt op de deelnemingsvrijstelling. Het is dus niet de bedoeling om daarmee een volledige afstemming met buitenlandse verliesverrekeningsregels af te dwingen.

Met deze uitspraak zet de Hoge Raad een streep door het strenge beleid dat de Belastingdienst sinds 2017 voerde. Dat beleid sloot aftrek van een liquidatieverlies al uit zodra er sprake was van een buitenlandse verliesverrekening, zoals de group relief. De Hoge Raad kiest daarentegen voor een benadering die beter aansluit bij het rechtszekerheidsbeginsel: beslissend is of er op het moment van liquidatie feitelijk nog verliesverrekening mogelijk is.

Bron: HR 21 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:417

NB: Tevens (in aangepaste vorm) gepubliceerd in de Belastingmagazine

Leave a Reply