Skip to main content
Formeel belastingrechtRedactioneel

Belastingrente en massaal bezwaar: Wat moet je weten?

By 12 maart 2025juni 27th, 2026No Comments

De belastingrente in hoofdlijnen

De belastingrente is geregeld in Hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en vastgelegd in de artikelen 30f tot en met 30k. Deze regeling wijkt op belangrijke punten af van de vroegere heffingsrenteregeling. Zo wordt onderscheid gemaakt tussen belastingrente bij te betalen bedragen en rentevergoeding bij een belastingteruggave. Daarnaast staat niet langer de compensatiegedachte centraal, maar speelt de vraag of de belastingplichtige of de inspecteur in verzuim is een bepalende rol.

Belastingrente is een vergoeding die de Belastingdienst berekent over te betalen belastingbedragen, zowel voor voorlopige als definitieve aanslagen. Het doel is om belastingplichtigen te stimuleren tijdig aangifte te doen of een voorlopige aanslag aan te vragen.

De belastingrenteregeling in vogelvlucht

Voor aanslagbelastingen (zoals inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting) wordt belastingrente gerekend vanaf de eerste dag van de zevende maand na afloop van het belastingjaar. Een uitzondering geldt als een voorlopige aanslag tijdig wordt aangevraagd of aangepast (binnen vier maanden na afloop van het jaar). In dat geval wordt geen rente berekend.

Hoewel belastingrente aanzienlijke bedragen kan omvatten, is het geen belasting en ook geen sanctie in de zin van artikel 6 EVRM.

Belastingrente wordt:

  • In rekening gebracht over het te betalen belastingbedrag.
  • Vergoed over het bedrag van een belastingteruggave.

De betalingstermijn van een aanslag loopt normaal gesproken tot zes weken na de dagtekening. Binnen deze termijn wordt de verschuldigde belastingrente niet verlaagd bij een eerdere betaling. Na het verstrijken van deze termijn wordt geen belastingrente meer berekend, maar invorderingsrente.

Bij aanslagen inkomsten- of vennootschapsbelasting geldt:

  • Als een aanslag later dan zes maanden na het belastingjaar wordt vastgesteld, wordt belastingrente berekend.
  • Als een aanslag overeenkomt met de aangifte, maar de inspecteur te lang doet over de vaststelling, wordt belastingrente vergoed.

In het geval van een uit te betalen belastingteruggave geldt een afdoeningstermijn van 13 weken. Bij overschrijding van die termijn wordt rente vergoed vanaf het moment waarop de aanslag had moeten worden vastgesteld, tot zes weken na de dagtekening van de aanslag.

Geen belastingrente wordt in rekening gebracht als:

  • Een voorlopige aanslag wordt vastgesteld conform een tijdig ingediend verzoek:
  • Binnen vijf maanden bij vennootschapsbelasting (Vpb).
  • Binnen vier maanden bij inkomstenbelasting (IB).
  • Een definitieve aanslag conform de ingediende aangifte wordt opgelegd binnen deze termijnen.
  • Een herziening van een voorlopige aanslag met een hoger te betalen bedrag leidt ook tot belastingrente, tenzij het verzoek om herziening wordt ingediend binnen:
  • Vijf maanden na het belastingjaar bij de Vpb.
  • Vier maanden na het belastingjaar bij de IB.

Berekening en tarief van de belastingrente

Belastingrente wordt enkelvoudig berekend.

Het percentage sluit aan bij de wettelijke rente voor niet-handelstransacties, met een minimum van 4%.

Per 1 januari 2022 is de rente voor de Vpb gekoppeld aan de wettelijke rente voor handelstransacties, met een minimumpercentage van 8%.

Voor de berekening wordt een volle kalendermaand op dertig dagen gesteld, behalve in de maand waarin het rentetijdvak eindigt, waarbij het werkelijke aantal dagen wordt gebruikt.

De belastingrente wordt jaarlijks bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. Voor 2025 gelden bijvoorbeeld de volgende tarieven:

  • 9% voor de vennootschapsbelasting (Vpb).
  • 6,5% voor overige belastingen.

De belastingrente wordt vastgesteld bij een voor bezwaar vatbare beschikking en afzonderlijk vermeld. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur kunnen in bepaalde situaties een belemmering vormen voor het opleggen van een belastingrentebeschikking.

Recente ontwikkelingen

De hoogte van de belastingrente heeft de afgelopen jaren tot veel discussie geleid. Tijdens de parlementaire behandeling van het Belastingplan 2018 heeft dit zelfs geleid tot een motie waarin de regering werd verzocht te onderzoeken in hoeverre de belastingrenteregeling redelijk, billijk en rechtvaardig is, en of de gehanteerde percentages marktconform zijn. Als gevolg hiervan heeft de regering toegezegd de mogelijkheid te verruimen om belastingrente te voorkomen door tijdig en correct aangifte te doen. Andere, mogelijk belangrijkere, aspecten van de belastingrenteregeling bleven echter ongemoeid.

Ondertussen hebben ook de ontwikkelingen in de rechtspraak niet stilgestaan. Zo oordeelde Hof Den Haag op 14 november 2018 dat er sprake is van intern begunstigend beleid bij de Belastingdienst, waarbij geen rente in rekening wordt gebracht over tijdvakken waarin het belastingbedrag al door de Belastingdienst werd ontvangen. Volgens het hof was het heffen van belastingrente in strijd met het vertrouwensbeginsel.

In een andere zaak oordeelde de Hoge Raad op 9 april 2021 dat belastingplichtigen vertrouwen kunnen ontlenen aan dit begunstigende beleid van de Belastingdienst, mits dit beleid nog niet was ingetrokken.

Het meest recente arrest van de Hoge Raad van 18 november 2022 (met een herstelarrest op 17 februari 2023) en een daaropvolgende toezegging van de Staatssecretaris van Financiën bevestigen dat belastingrente onder bepaalde omstandigheden kan worden gematigd. Dit geldt met name wanneer belastingrente wordt berekend over een periode waarin het verschuldigde bedrag al was betaald.

Naast bovengenoemde uitspraak zijn er andere relevante uitspraken gewezen. Hierna licht ik er enkele uit.

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde in januari 2022 dat de wetgever geen voorziening heeft getroffen voor het vergoeden van belastingrente bij een achterwaartse verliesverrekening, terwijl bij het terugdraaien daarvan wél belastingrente wordt berekend. Dit leidt tot een rechtstekort. Het hof corrigeert dit door de belastingrente te beperken tot de periode waarin belastingplichtige daadwerkelijk over de teruggave beschikte.

Rechtbank Den Haag oordeelde op 3 april 2024 dat de Belastingdienst ten onrechte belastingrente heeft berekend over een te lange periode. Belastingplichtige had de inkomstenbelasting voor 2021 al op 31 december 2022 betaald, terwijl de definitieve aanslag pas op 14 februari 2023 werd opgelegd. Omdat er na betaling geen sprake was van een betalingsverzuim of renteschade, moet de belastingrente worden beperkt tot de periode vóór de betaling. De rechtbank verlaagde daarom de belastingrente en verklaarde het beroep gegrond. Uit deze uitspraak blijkt ook dat matiging mogelijk is buiten art. 30ia AWR om wanneer sprake is van onevenredigheid.

Hof Den Haag oordeelde op 17 september 2024 dat de wettelijke ondergrens van 4% voor belastingrente binnen de ruime beoordelingsmarge van de wetgever valt, ook al is deze primair om budgettaire redenen ingevoerd. De regeling geldt zowel voor te betalen als te vergoeden rente en is niet in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Daarnaast wordt belastingrente niet beïnvloed door eventuele verwijtbaarheid van de belastingplichtige en kwalificeert het niet als een ‘criminal charge’. Kort en goed vormt een rentepercentage van 4% geen buitensporige last onder art. 1 EP EVRM.

Deze uitspraken tonen aan dat de belastingrente binnen de rechtspraak regelmatig een onderwerp van discussie vormen. Bepaalde uitspraken leiden er ook toe dat de hoogte van belastingrente wordt gematigd.

De hoogte van de belastingrente in de vennootschapsbelasting

De verschillen tussen de hoogte van de belastingrente in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting zijn voor velen al langer een doorn in het oog.

Op 7 november 2024 oordeelde Rechtbank Noord-Nederland dat een rentepercentage van 8% voor de vennootschapsbelasting disproportioneel is en in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Volgens de rechtbank mag de wetgever de belastingrente in de vennootschapsbelasting niet zonder meer koppelen aan de wettelijke rente voor handelstransacties. Die rente is immers bedoeld voor handelsvorderingen, terwijl een nog niet geformaliseerde belastingschuld geen handelsvordering is.

Daarnaast wijst de rechtbank op de wetsgeschiedenis, waaruit blijkt dat de belastingrenteregeling is gebaseerd op de verzuimrenteregeling. De verzuimrenteregeling ziet echter op betalingsverzuim, terwijl belastingrente juist wordt berekend bij aangifteverzuim. De rechtbank concludeert daarom dat er geen rechtvaardiging is voor het hanteren van een dergelijk hoog rentepercentage. De aanzienlijke nadelige gevolgen van de regeling wegen niet op tegen de onduidelijke doelen die ermee worden nagestreefd.

Om die reden oordeelt de rechtbank dat de belastingrente over aanslagen vennootschapsbelasting moet worden berekend met een tarief van 4% in plaats van 8%.

De staatssecretaris heeft op 18 december 2024 sprongcassatie tegen deze uitspraak ingesteld. Vervolgens zijn een groot aantal bezwaarschriften met dezelfde rechtsvraag ingediend tegen het belastingrentepercentage dat vanaf 1 oktober 2020 voor de vennootschapsbelasting in rekening wordt gebracht.

Vanwege de grote hoeveelheid bezwaarschriften tegen de belastingrente heeft de Belastingdienst besloten deze aan te wijzen als massaal bezwaar. Er zijn ook bezwaarschriften ingediend tegen in rekening gebrachte belasting voor andere belastingmiddelen dan de vennootschapsbelasting. Dit aantal bezwaarschriften is echter beperkt. De door staatssecretaris geformuleerd rechtsvragen gelden echter ook voor belasting rente voor deze andere belastingmiddelen.

Dan is het wel goed om te weten wat massaal bezwaar praktisch gezien inhoudt. Bij massaal bezwaar worden individuele bezwaren samengevoegd tot één collectieve procedure. De behandeling wordt opgeschort totdat er een definitieve uitspraak is in een vergelijkbare zaak (in dit geval die bij de Hoge Raad). Dit bespaart over het algemeen tijd en kosten voor zowel bedrijven als de Belastingdienst.

Als blijkt dat het hoge rentepercentage onrechtmatig is, profiteren alle betrokkenen bij het massaal bezwaar automatisch mee van deze uitspraak.

De voordelen van massaal bezwaar zijn de volgende:

  • Geen individuele rechtsgang nodig.
  • Mogelijk minder administratieve lasten.
  • Automatische toepassing van een gunstige uitspraak.

Om te profiteren van een mogelijke verlaging van de belastingrente moeten bedrijven tijdig actie ondernemen.

De praktische stappen die genomen kunnen worden:

  • Controleer voorlopige aanslagen:
  • Dien een verzoek tot vermindering van belastingrente in als je denkt dat het gehanteerde percentage onredelijk hoog is.
  • Tegen een afwijzing kan bezwaar worden gemaakt binnen zes weken na ontvangst van de beslissing.
  • Controleer definitieve aanslagen:
  • Maak direct bezwaar tegen definitieve aanslagen waarin onredelijk hoge rentepercentages zijn opgenomen.

Let op: Bij definitieve aanslagen geldt geen verzoekfase; er moet direct bezwaar worden gemaakt en wel binnen zes weken na dagtekening van de aanslag.

Controleer of de situatie valt onder het massaal bezwaar. Dien alsnog individueel bezwaar in als de situatie niet onder deze regeling valt (bijvoorbeeld bij andere belastingen dan vennootschapsbelasting).

Een verlaging van het rentepercentage kan aanzienlijke financiële voordelen opleveren, vooral voor bedrijven met grote belastingschulden of bij langdurige procedures.

Toekomstperspectief

De discussie over belastingrente blijft actueel. Op 27 juni 2024 heeft het ministerie in een brief aangekondigd te werken aan een integrale beleidsvisie rondom belasting- en invorderingsrente om fragmentatie tegen te gaan. In de brief wordt een overzicht van de ontwikkelingen en beleidsopties met betrekking tot de belasting- en invorderingsrente. Er wordt benadrukt dat de huidige belasting- en invorderingsrentesystematiek gefragmenteerd is geraakt door meerdere aanpassingen in de afgelopen jaren. De brief bevat verschillende beleidsopties voor het toekomstige vaststellen van de rentepercentages, zowel voor belastingen als toeslagen, maar laat de definitieve keuzes over aan een nieuw kabinet. De opties variëren van het koppelen van belastingrente aan de ECB-depositorente tot het behouden of afschaffen van rente bij toeslagen. Het doel is om een begrijpelijker en beter uitlegbare systematiek te creëren, waarbij zowel de compensatie- als verzuimgedachte worden meegenomen. Opgemerkt wordt dat de budgettaire consequenties en uitvoerbaarheid nog nader moeten worden onderzocht.

Conclusie

Hoewel de belastingrente en invorderingsrentesystematiek hoog op de agenda staat, is het nog niet duidelijk wanneer de huidige systematiek structureel wordt aangepakt. Op korte termijn zal de ondernemer en adviseur actie moeten ondernemen. De ontwikkelingen rondom belastingrente bieden zowel uitdagingen als kansen voor bedrijven:

  • Het massaal bezwaar biedt efficiëntievoordelen, maar vereist wel tijdige actie.
  • De uitspraak over onevenredigheid kan leiden tot significante besparingen.
  • Bedrijven moeten proactief hun rechten veiligstellen door verzoeken of bezwaren tijdig in te dienen.

Bron: Brief Ministerie van Financiën van 17 februari 2025 en kenmerk 2025-0000037248

NB: Tevens (in aangepaste vorm) gepubliceerd in de Belastingmagazine

Leave a Reply