Skip to main content
InkomstenbelastingRedactioneel

Negatief resultaat niet aftrekbaar door ontbreken van objectieve voordeelsverwachting

By 28 augustus 2025juni 27th, 2026No Comments

In de fiscale procespraktijk spelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur vaak een belangrijke rol bij het beslechten van een geschil. Deze beginselen dragen vaak bij aan de rechtsbescherming van de belastingplichtige.

Een van die belangrijke beginselen van behoorlijk bestuur betreft het vertrouwensbeginsel. De toepassing van het vertrouwensbeginsel kan ertoe leiden dat een belastingaanslag verminderd of zelfs van tafel moet.

In de volgende zaak kwam het vertrouwensbeginsel als een van de onderwerpen aan de orde.

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt in die zaak dat een brandweerman die sinds 2008 activiteiten verricht op het gebied van licht- en geluidstechniek geen objectieve voordeelsverwachting aannemelijk maakt. De inspecteur mocht daarom navorderen en de negatieve resultaten zijn naar het oordeel van het Hof niet aftrekbaar. Voor wat betreft het vertrouwensbeginsel is van belang dat uit de uitspraak volgt dat het enkele feit dat verliesgevende aangiften jarenlang zijn gevolgd, geen in rechte te honoreren vertrouwen schept.

Hierna ga ik kort in op deze casus.

De casus

Belanghebbende werkte fulltime bij de brandweer en startte in 2008 nevenactiviteiten op het gebied van licht- en geluidstechniek. In de aangiften IB/PVV over 2014 t/m 2017 gaf hij structureel negatieve resultaten aan. De inspecteur legde navorderingsaanslagen op voor 2014 en 2015 en reguliere aanslagen voor 2016 en 2017.

Het hof overweegt dat belanghebbende na 2011 nauwelijks omzet behaalde en geen onderbouwde inspanningen leverde om klanten te werven. Persoonlijke en marktomstandigheden verklaren de verliezen onvoldoende. Tussen partijen bestond een verschil van inzicht over de vraag of sprake is van een bron van inkomen. Het hof overweegt dat om te kunnen spreken van een bron van inkomen vereist is dat belanghebbende met de betreffende activiteiten (i) deelneemt aan het economisch verkeer, (ii) redelijkerwijs voordeel kan verwachten (objectieve voordeelsverwachting) en (iii) dit voordeel beoogt te verwerven. Omdat een objectieve voordeelsverwachting ontbreekt, is geen sprake van een bron van inkomen en zijn de negatieve resultaten niet aftrekbaar.

Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Het hof overweegt dat voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel vereist is dat belanghebbende aannemelijk maakt dat door de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit belanghebbende in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of en zo ja, hoe de inspecteur in een concreet geval zijn bevoegdheden zou uitoefenen. Het hof komt na een beoordeling van de feiten tot het oordeel dat een beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. Het enkele feit dat de Belastingdienst gedurende acht jaren verliesgevende aangiften heeft gevolgd, kan niet worden aangemerkt als een bewuste standpuntbepaling die in rechte te honoreren vertrouwen schept. De inspecteur mocht naar het oordeel van het hof navorderen.

Langdurig volgen van verliesgevende aangiften schept geen vertrouwen

Commentaar

Deze uitspraak bevestigt dat het bronvereiste streng wordt getoetst: zonder objectieve voordeelsverwachting ontbreekt de aftrekbaarheid van negatieve resultaten. Belastingplichtigen die nevenactiviteiten verrichten doen er goed aan hun commerciële inspanningen en verdienpotentie te documenteren.

Voor de praktijk is verder van belang dat ook nadat jarenlang verliezen worden gerapporteerd de inspecteur alsnog kan ingrijpen. Het vertrouwensbeginsel bood in deze zaak voor belanghebbende weinig soelaas. In de praktijk is het voor een beroep op het vertrouwensbeginsel van belang te beoordelen of sprake is van expliciete toezeggingen of bewuste standpuntbepalingen. Dit arrest laat zien dat belastingplichtigen bij passief handelen van de Belastingdienst er niet zonder meer op kunnen rekenen dat een beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt.

Bron: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 02-07-2025, nrs. 23/1521 en 23/1522, ECLI:NL:GHSHE:2025:1854

NB: Tevens (in aangepaste vorm) gepubliceerd in het Fiscaal Advies Magazine

Leave a Reply