Skip to main content
Formeel belastingrechtRedactioneel

Buitenlands vermogen verzwegen: bewijsvermoedens, rekeninghouderschap en boetematiging

By 20 februari 2026juni 27th, 2026No Comments

De Rechtbank Noord-Holland heeft op 27 oktober 2025 geoordeeld over een zaak waarbij navorderingsaanslagen IB/PVV 2007–2016 (box 3) en vergrijpboeten zijn opgelegd en rente is berekend naar aanleiding van verzwegen banktegoeden in Zwitserland en de Verenigde Staten. De uitspraak is vooral praktisch relevant door drie punten: de ruimte voor bewijsvermoedens bij ontbrekende bankstukken, de toerekening bij meerdere rekeninghouders, en de (ambtshalve) boetevermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De inspecteur legde navorderingsaanslagen op nadat via internationale gegevensuitwisseling renseignementen waren ontvangen over rekeningen in Zwitserland en de VS. Naast navordering volgden vergrijpboeten (behalve over 2007). Eiser stelde dat het vermogen feitelijk aan zijn broer toebehoorde en dat hij slechts “uit praktische overwegingen” als rekeninghouder fungeerde.

De rechtbank past geen omkering van de bewijslast toe, omdat zij op basis van het dossier niet kan vaststellen dat eiser voor de jaren in geschil is uitgenodigd tot het doen van aangifte. Daarmee blijft de inspecteur aangewezen op de normale bewijsregels. De rechtbank accepteert daarbij dat de inspecteur werkt met bewijsvermoedens, mits die steunen op vaststaande feiten en omstandigheden en redelijk uit die feiten voortvloeien. In deze zaak geven de buitenlandse bankdocumenten, waaronder verklaringen over “beneficial ownership” en ondertekende rekeningformulieren, voldoende basis om eiser (mede) als economisch gerechtigde aan te merken. Een blote ontkenning dat het geld “van de broer” zou zijn, is dan niet genoeg om dat vermoeden te ontzenuwen.

Voor de verdeling van het vermogen bij meerdere rekeninghouders kiest de rechtbank, bij gebrek aan aanwijzingen voor een andere verdeelsleutel, voor een gelijke-delenbenadering. Bij de Zwitserse rekeningen wordt tot en met 2010 uitgegaan van 50% toerekening aan eiser (mede-rekeninghouder met zijn moeder). Vanaf 2011 wordt het Zwitserse vermogen volledig aan eiser toegerekend, mede omdat de moeder in 2010 is overleden. Voor de Amerikaanse rekeningen houdt de rechtbank vanaf 2013 een 50/50-verdeling aan tussen eiser en zijn broer.

Procesrechtelijk wijst de rechtbank erop dat de Unierechtelijke voortvarendheidseis hier niet speelt, omdat Zwitserland en de Verenigde Staten als derde landen gelden. De boeten blijven inhoudelijk overeind (opzet), maar worden verlaagd door de grondslagcorrecties en daarnaast met 20% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. De totale duur van bezwaar en beroep bedraagt afgerond bijna vijf jaar; de rechtbank kent bovendien € 3.000 immateriële schadevergoeding toe, te verdelen tussen de Belastingdienst en de Staat. Voor samenhangende bezwaren (2011–2016) blijft het bij één dwangsom en één kostenvergoeding, omdat de bezwaren gelijktijdig zijn ingediend en inhoudelijk nagenoeg identieke werkzaamheden vergden.

Geen bankstukken en geen verdeelsleutel? Dan valt de rechter bij gedeelde rekeningen al snel terug op gelijke delen.

Commentaar

De uitspraak laat zien dat “rekeninghouder zijn” in de bewijsvoering zwaar weegt als bankdocumenten tevens wijzen op economische gerechtigdheid (beneficial ownership, instructies tot overboeking, gezamenlijke rekeningvormen). Voor adviseurs is de les tweeledig. Ten eerste: wil je afwijken van 50/50-toerekening, dan moet je dat concreet onderbouwen (bijvoorbeeld met herkomst- en stortingsbewijzen, afspraken/volmachten, lening- of bewaarkaders, correspondentie over eigendom en beschikkingsmacht). Ten tweede: bij ontbreken van historische afschriften kan de inspecteur schatten; het verweer “geen bewaarplicht” is zelden een echte uitweg. Tot slot: boetematiging wegens termijnoverschrijding kan financieel relevant zijn, maar verandert doorgaans niet de kern: bij verzwegen buitenlandse tegoeden blijft de inhoudelijke boetegrondslag vaak staan.

Bron: Rechtbank Noord-Holland 27 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12704

NB: Tevens (in aangepaste vorm) gepubliceerd in het Fiscaal Advies Magazine

Leave a Reply