Skip to main content
Formeel belastingrechtRedactioneel

Deelnemingsboete strandt op bewijslast en onzorgvuldig handelen van de inspecteur

By 27 maart 2026juni 27th, 2026No Comments

Een belastingadviseur kan niet zonder meer worden beboet als vermeend feitelijk leidinggever of medepleger binnen een fiscale structuur. Uit een recente uitspraak van Rechtbank Gelderland blijkt dat de inspecteur zwaar moet tillen aan zijn bewijslast én zorgvuldig moet procederen. Ontbreekt dat, dan sneuvelt niet alleen de boete, maar kan ook een forse proceskostenvergoeding volgen.

De inspecteur legde een vergrijpboete van aanvankelijk € 70.000 (later € 60.000) op aan een fiscalist die betrokken zou zijn bij een internationale vennootschapsstructuur met Curaçaose entiteiten. Volgens de Belastingdienst was sprake van feitelijk leidinggeven, medeplegen of medeplichtigheid aan beboetbare feiten, met name het niet (tijdig) verzoeken om uitreiking van aangiftebiljetten.

De rechtbank stelt voorop dat voor een deelnemingsboete een stevig juridisch kader geldt. Vereist is onder meer dat (i) een beboetbaar feit door de rechtspersoon is gepleegd en (ii) de betrokken persoon opzet had op die gedraging. Bovendien moet de inspecteur de relevante feiten overtuigend bewijzen.

Dat bewijs ontbreekt hier op meerdere niveaus. Allereerst oordeelt de rechtbank dat bij de vennootschappen zelf geen sprake is van opzet of grove schuld. Zij mochten vertrouwen op hun adviseurs en hoefden niet zelfstandig te beoordelen waar de feitelijke leiding lag. Daarmee ontbreekt al de basis voor een afgeleide boete voor de adviseur.

Daarnaast schiet het bewijs tegen de adviseur zelf tekort. De inspecteur baseert zich grotendeels op omvangrijk e-mailverkeer en rapportages, maar zonder concreet te maken welk stuk welk verwijt ondersteunt. De rechtbank is daar scherp over: het enkel verwijzen naar grote hoeveelheden documenten is onvoldoende. Bewijs moet worden gespecificeerd en gekoppeld aan concrete feiten en gedragingen.

Ook inhoudelijk overtuigt het dossier niet. Uit de stukken blijkt hooguit een ondersteunende rol van de adviseur, bijvoorbeeld bij correspondentie of het verzamelen van informatie. Dat is onvoldoende om te kwalificeren als feitelijk leidinggeven of medeplegen. Evenmin blijkt dat hij wist, of moest weten, dat de werkelijke leiding van de vennootschappen in Nederland lag.

Opvallend is bovendien het procesgedrag van de inspecteur. Kort voor de zitting worden duizenden pagina’s aan stukken ingebracht, zonder toelichting. Dit bemoeilijkt de verdediging en leidt tot extra kosten. De rechtbank rekent dit de inspecteur zwaar aan. Hoewel geen volledige integrale vergoeding wordt toegekend, wordt wel een aanzienlijk bedrag van € 25.000 aan proceskosten vergoed.

Zonder concreet en gestructureerd bewijs geen deelnemingsboete en onzorgvuldig procederen kan duur uitpakken.

Commentaar

Deze uitspraak onderstreept dat deelnemingsboetes geen “afgeleide automatisme” zijn. De inspecteur moet per betrokkene afzonderlijk aantonen dat sprake is van opzet en een relevante bijdrage aan het beboetbare feit. Het enkele feit dat een adviseur betrokken is bij een structuur is daarvoor onvoldoende.

Voor de praktijk zijn drie lessen van belang.

  • Ten eerste: bewijs moet specifiek en navolgbaar zijn. Een dossier vol e-mails zonder duiding werkt eerder tegen dan vóór de inspecteur.
  • Ten tweede: de rol van de adviseur moet scherp worden onderscheiden van die van andere betrokkenen. Een ondersteunende of uitvoerende rol kwalificeert niet snel als feitelijk leidinggeven.
  • Ten derde: procesrecht doet ertoe. Het laat en ongestructureerd inbrengen van stukken kan leiden tot een (fors) hogere proceskostenvergoeding.

Deze zaak bevestigt daarmee een bredere tendens: bij fiscale boetes verschuift de aandacht steeds nadrukkelijker naar de kwaliteit van het bewijs en de zorgvuldigheid van het bestuursoptreden. Dat is niet alleen een waarborg voor belastingplichtigen, maar ook een duidelijke opdracht aan de Belastingdienst.

Bron: Rechtbank Gelderland 12 december 2025, ARN 23/737, ECLI:NL:RBGEL:2025:10897

NB: Tevens (in aangepaste vorm) gepubliceerd in het Fiscaal Advies Magazine

Leave a Reply