Soms is het niet helemaal helder of, en zo ja hoe, een casus fiscaal moet worden geduid. Dan kan het handig zijn om te checken of er een kennisgroepstandpunt is dat meer duidelijkheid biedt over het betreffende onderwerp.
Een recent gepubliceerd kennisgroepstandpunt over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling op voordelen van optierechten bij geleidelijke uitoefeningsmogelijkheden illustreert dit.
De casus
De casus waar de kennisgroep een standpunt over heeft geformuleerd was als volgt.
Een belastingplichtige sluit met Y een optieovereenkomst die het recht geeft op een aandelenbelang van meer dan 5% in Y. De uitoefenprijs is vastgesteld op de waarde in het economische verkeer van de aandelen op het moment van toekenning van de opties. Volgens de optieovereenkomst kan het optierecht geleidelijk worden uitgeoefend. De uitoefening kan namelijk maandelijks, in gelijke delen over een periode van een aantal jaren plaatsvinden. Dit betekent dat de belastingplichtige pas na een aantal maanden een belang van ten minste 5% kan verwerven.
Het standpunt van de kennisgroep
De kennisgroep is ingegaan op de vraag of de deelnemingsvrijstelling van toepassing is op de voordelen uit het verkregen optierecht en zo ja vanaf wanneer dat het geval is. Volgens de kennisgroep is de deelnemingsvrijstelling in beginsel van toepassing op de voordelen uit hoofde van het verkregen optierecht. Door het aangaan van de optieovereenkomst verkrijgt de belastingplichtige een belang bij de aandelen van Y die bij uitoefening van het optierecht een deelneming zullen vormen. De deelnemingsvrijstelling geldt vanaf het moment dat de uitoefening van het optierecht contractueel mogelijk is en leidt tot een aandelenbelang dat als deelneming kan worden aangemerkt, de deelnemingsvrijstelling van toepassing is.
Relevante rechtspraak
De kennisgroep baseert haar standpunt op onder meer de volgende arresten.
De Hoge Raad oordeelde in het Falcons-arrest (arrest van 22 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8488) dat indien het belang bij een tot een deelneming behorend aandeel wordt opgesplitst, bijvoorbeeld door het schrijven van een optie op een aandeel, het in lijn is met de strekking van de deelnemingsvrijstelling om deze toe te passen bij beide belanghebbenden bij dat aandeel. De deelnemingsvrijstelling geldt dan voor alle voor- en nadelen van dat aandeel. Voor een calloptiehouder houdt dit in dat het resultaat op de optie, waarmee bij uitoefening een deelneming kan worden verkregen, onder de deelnemingsvrijstelling valt.
In een later arrest van 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4491 verwierf een dochtermaatschappij, die onderdeel was van een fiscale eenheid met de belanghebbende, een recht op levering van nog uit te geven aandelen, met een belang van ongeveer 8%. In het oordeel van het Hof (waarvan cassatie) werd geoordeeld dat geen bedrag ten laste van de winst kan worden gebracht wegens een eventuele waardedaling van het verkregen recht. Het zou in lijn zijn met de strekking van de deelnemingsvrijstelling om deze toe te passen op de voor- en nadelen die verband houden met dat recht. Het Hof verwees daarbij naar het Falcons-arrest en stelde dat de belastingplichtige door het aangaan van de overeenkomst een belang bij de aandelen had verkregen en dat de te verkrijgen aandelen een deelneming zouden vormen. Dat het om de levering van nog uit te geven aandelen ging deed hier niet aan af. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel.
In het arrest van 12 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB5353 verwierf de belanghebbende een belang van 33% in A BV en verstrekte vervolgens een converteerbare obligatielening aan A BV. Na de conversie werd de obligatielening omgezet in een aandelenbelang. De Hoge Raad oordeelde dat het conversierecht bij verkrijging daarvan belast is voor degene die converteerbare obligaties houdt in het kader van zijn onderneming. De voordelen uit het conversierecht na de verkrijging kunnen worden aangemerkt als voordelen uit (toekomstig) aandeelhouderschap en kunnen onder de deelnemingsvrijstelling vallen als de bij conversie te verkrijgen aandelen onder de deelnemingsvrijstelling zouden vallen. Ook hier werd verwezen naar het Falcons-arrest.
Bron: KG:023:2024:5 Toepassing deelnemingsvrijstelling op voordelen optierecht met geleidelijke uitoefeningsmogelijkheid
NB: Tevens (in aangepaste vorm) gepubliceerd in de Belastingmagazine