Skip to main content
Formeel belastingrechtRedactioneel

Actieve inzage in het fiscale dossier: een grote stap naar transparantie?

By 19 december 2025juni 27th, 2026No Comments

Met de Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht zet de wetgever een fundamentele verandering in gang: belastingplichtigen krijgen automatisch toegang tot hun fiscale dossier. Met de nieuwe regels beoogt de wetgever de informatiepositie van belastingplichtigen te versterken, en voorkomt dat zij afhankelijk blijven van verzoekprocedures of de discretionaire bereidheid van de inspecteur. De operatie is omvangrijk en kent belangrijke implicaties voor de rechtsbescherming, het procesrecht en de dagelijkse praktijk.

Het huidige inzagerecht verplicht kort geformuleerd pas in bezwaar of beroep tot het verstrekken van “op de zaak betrekking hebbende stukken”. Bij het Belastingplan 2024 werd echter een actief inzagerecht geïntroduceerd, dat door de nieuwe wet wordt uitgewerkt in een uitvoerbaar systeem.

Beoogd wordt dat belastingplichtigen zonder verzoek inzage hebben in alle stukken die aan een belastingaanslag of voor bezwaar vatbare beschikking ten grondslag liggen. Dat betreft zowel externe stukken als interne documenten van de inspecteur, voor zover deze hem ter beschikking hebben gestaan. Gewichtige redenen, zoals bescherming van persoonsgegevens derden of controle- en handhavingsstrategieën, kunnen aan volledige inzage in de weg staan.

De Belastingdienst acht een directe implementatie onmogelijk vanwege de versnipperde informatiehuishouding en het grote aantal systemen waarin dossierelementen zijn opgeslagen.

Daarom is gekozen voor een gefaseerde uitrol:

  • vanaf 2026: eerste dossiers (IB niet-winst) via portaal;
  • 2030: herijking van de routekaart op basis van ICT-voortgang;
  • 1 januari 2032: volledig werkend stelsel voor alle rijksbelastingen.

Tot 2032 geldt een tijdelijke facultatieve regeling. Deze doorbreekt de fiscale geheimhoudingsplicht, zodat de inspecteur stukken al kan verstrekken voordat het portaal volledig operationeel is. De regeling creëert echter geen zelfstandig recht op verstrekking en kent geen bezwaar- of beroepsmogelijkheid: het betreft een feitelijke handeling, om te voorkomen dat de uitvoering vastloopt.

De nieuwe regels sluiten aan bij de ruime definitie van de Hoge Raad: stukken die de inspecteur ter beschikking hebben gestaan en van belang kunnen zijn voor de besluitvorming. Dat betekent onder meer:

  • interne memo’s, e-mailwisselingen en conceptadviezen (tenzij gewichtige redenen dit verhinderen);
  • stukken uit selectie- en controleprocessen;
  • door de belastingplichtige zelf verstrekte informatie;
  • gegevens voorafgaand aan de aanslagregeling, ook als uiteindelijk geen aanslag volgt.

Niet verstrekt worden: stukken die niet op de zaak betrekking hebben of die, op grond van art. 8:29 Awb, achterwege mogen blijven ter bescherming van controlebelangen of privacy van derden.

De wetgever erkent dat de automatisering complex is: dossiers bevinden zich in tientallen systemen, en koppelingen moeten worden aangepast.

Uitvoeringskosten zijn moeilijk in te schatten en afhankelijk van het tempo waarin dossiervorming kan worden gestandaardiseerd.

Het ontbreken van een afzonderlijke bezwaar- en beroepsmogelijkheid tegen de volledigheid van het digitale dossier is een bewuste keuze. De rechtsbescherming verschuift naar de reguliere bezwaarprocedure tegen de aanslag. Een belastingplichtige die meent dat stukken ontbreken, moet dat in die procedure aanvoeren. De wetgever beoogt daarmee te voorkomen dat twee parallelle procedures (inzage én inhoudelijk geschil) jarenlang voortduren.

Het inzagerecht verhuist van reactief naar proactief om de rechtspositie van belastingplichtigen structureel te versterken.

Commentaar

De nieuwe inzageregels vormen een belangrijke stap richting meer transparantie en een evenwichtigere verhouding tussen belastingplichtige en Belastingdienst. Door de verschuiving van een passief naar een actief inzagerecht kan een groot deel van de fricties in bezwaarprocedures verdwijnen: informatie die voorheen moeizaam werd losgekregen, moet nu vooraf worden verstrekt. Tegelijkertijd roept de keuze om verzoekprocedures uit te sluiten vragen op over situaties waarin vermoedens bestaan van onrechtmatige selectie of discriminatoire risicoprofielen. De mogelijkheid om pas in bezwaar te klagen over ontbrekende stukken is begrijpelijk, maar kan in de praktijk voor vertraging zorgen.

Wie begrijpt hoe de Belastingdienst dossiers structureert, en welke stukken op basis van de nieuwe regels zichtbaar worden, kan mogelijk sneller en effectiever procederen. Transparantie brengt nieuwe mogelijkheden, maar ook nieuwe aandachtspunten voor beide zijden van de tafel.

Bron: Wetsvoorstel Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht, Kamerstukken II 2025/26, 36 816 en aanverwante parlementaire stukken

NB: Tevens (in aangepaste vorm) gepubliceerd in het Fiscaal Adviesmagazine

Leave a Reply